Direct naar inhoud
kinderen lezen een boek

Cito Lezen

Bij Cito zien we dat de leesvaardigheid van Nederlandse leerlingen de laatste jaren onder druk staat. Met onze leestoetsen brengen we niet alleen leesvaardigheid in kaart, onze toetsen beïnvloeden ook wat leraren vaak in de leesles doen. Cito wil zijn verantwoordelijkheid nemen in de leescrisis. Eind 2024 hebben we daarom Cito Lezen opgericht, met het doel om vernieuwingen door te voeren in onze leestoetsen. Hoe kunnen we in onze leestoetsen recht doen aan de leesvaardigheid die leerlingen vandaag de dag in huis moeten hebben?

Samenhang in vernieuwing 

Het Nederlandse leesonderwijs gaat de komende jaren op de schop. Er komen vanaf het schooljaar 2028-2029 nieuwe kerndoelen voor het basisonderwijs. Een jaar later (2029-2030) volgen de nieuwe eindtermen voor het voortgezet onderwijs. Deze kerndoelen en eindtermen plaatsen nieuwe accenten in wat en hoe leerlingen moeten kunnen lezen: leerlingen moeten doelgericht informatie kunnen verwerken, kunnen omgaan met een rijk aanbod aan teksten en taken en oog hebben voor de diepere lagen in teksten.  

Het Nederlandse leesonderwijs verandert daarmee, en onze leestoetsen veranderen mee. Ook in vakken en onderwijstypen waarvoor geen nieuwe kerndoelen en eindtermen zijn opgesteld. Vanuit Stichting Cito voeren we gecoördineerd en onderbouwd passende vernieuwingen door in onze leestoetsen én we brengen daarin samenhang aan. Hoe kunnen we uitdagende, rijke, betekenisvolle leestoetsen maken voor Nederlands, Fries en Moderne Vreemde Talen, binnen het basisonderwijs, voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs? En hoe kunnen we tegelijk recht doen aan de verscheidenheid in vakken en schoolsoorten en -sectoren?

Betekenisvolle leestoetsen 

In het dagelijkse leven lees je vaak omdat je informatie nodig hebt. Je leest bijvoorbeeld een reisgids om je voor te bereiden op een reis, een stukje uit een schoolboek om iets te leren over vulkanen of een boek om meer te leren over jezelf of anderen. Vaak lees je dus teksten vanuit een bepaald leesdoel. Hoe je leest en hoe grondig je dat doet, hangt sterk af van dit leesdoel en van de situatie waarin je leest.  

Deze doelgerichtheid van lezen heeft gevolgen voor leestoetsen. De teksten in de leestoetsen kunnen ingaan op de lesinhoud op school, bijvoorbeeld op de inhoud van de zaakvakken in het basisonderwijs of van de inhoud van de schoolvakken in het voortgezet onderwijs. Leestoetsen kunnen daarnaast ook herkenbare situaties schetsen van waaruit je teksten moet lezen. Aan de hand van zogenaamde scenario’s, met een herkenbaar leesdoel, moeten leerlingen informatie functioneel verwerken. Afhankelijk van de situatie en het leesdoel, kunnen ze daarbij worden uitgedaagd om een reeks samenhangende teksten verdiepend, kritisch en vergelijkend te lezen. 

Rijk aanbod aan teksten en taken 

Een goede leestoets bevat een rijk aanbod aan zakelijke teksten en literaire teksten, die leerlingen vanuit herkenbare leesdoelen moeten lezen en waarbij ze wisselende vraagvormen moeten maken. Op die manier wordt leesvaardigheid breed gemeten.  

De teksten in een toets wisselen in tekstlengte, moeilijkheid en kwaliteit, zodat leerlingen na kunnen denken over de inhoud, vorm en kwaliteit van deze teksten. Het taalgebruik in de teksten is rijk en gevarieerd. Tegelijk zijn de teksten voldoende toegankelijk voor alle leerlingen binnen een onderwijstype. De tekstonderwerpen moeten relevant zijn en aansluiten bij de leergebieden op school of bij de leefwereld van leerlingen. De leestaken zijn afwisselend en meten verschillende deelvaardigheden van lezen. 

Tegelijk geldt: niet álle dimensies van leesvaardigheid kunnen in één toets aan bod komen. Elke leestoets op zich is daarom een mogelijke doorsnede van het brede begrip leesvaardigheid.  

Toetsing in de diepte 

Leerlingen laten in een leestoets niet alleen zien dat ze informatie kunnen opzoeken of stukjes informatie binnen een zin of alinea kunnen begrijpen. Ze laten ook zien dat ze teksten in hun geheel kunnen begrijpen én teksten kunnen interpreteren, erop kunnen reflecteren en deze kunnen evalueren. Dat zijn hogere-orde vaardigheden waarvoor leerlingen een compleet beeld nodig hebben van een tekst, eventueel aangevuld met een eigen analyse of waardeoordeel.  

Voor de diepte van begrip gebruiken we bij Stichting Cito het TDT-model, waarin we verschillende lagen in diepgang van tekstbegrip onderscheiden. Kunnen leerlingen bijvoorbeeld de aanbevelingen in een tekst alleen maar noemen of kunnen ze deze ook toepassen in een identieke situatie, of misschien zelfs in afwijkende situaties? En kunnen ze op een goede manier nadenken over de bruikbaarheid van de tekst? Scenario’s en gevarieerde vraagvormen kunnen leerlingen prikkelen om deze diepere vorm van begrip te laten zien.  

Medewerker aan telefoon

Kunnen we je helpen?

Stel je vraag via onze kanalen of kijk in de veelgestelde vragen.
Voor scholen: Vergeet niet om het brinnummer bij de hand te hebben en/of in de mail te vermelden, zodat we jouw vraag sneller kunnen behandelen!

Bereikbaar Ma t/m vr 08.30 tot 15.00 uur
Bellen (026) 352 11 11
E-mail klantenservice@cito.nl

Zoeken